Naam: Cichlasoma nigrofasciatus – Zebracichlide.

Herkomst: Midden-Amerika.

Uiterlijk: Worden 12 cm groot. De vissen hebben zwarte strepen op hun lichaam. Van daar ook de naam Zebracichlide.

Gedrag: Deze vis heeft een prachtig gedrag. Ze slepen met het zand, en zullen regelmatig kuilen graven en eventuele planten ontwortelen. Ze zijn erg agressief en zullen andere vissen in de broedtijd kunnen verwonden. Het best is om ze in een paartje te houden. Ze zullen een territorium betrekken waar geen andere vissen worden geduld.

Verzorging: De vissen willen graag zuurstofrijk water. Een regematige waterverversing wordt op prijs gesteld.

Voeding: Zwarte, witte, en rode meggenlarven. Artemia, watervlooien, tubifex. Diepvriesvoeding. Cichliden sticks, droogvoer.

Aquarium inrichting: Een aquarium met zand en stenen is een must bij deze cichliden. Omdat ze regematig graven is een fijne zandbodem aan te raden. Verder zijn stenen of hout van belang zodat ze hun territorium kunnnen maken.

Voortplanting:
 Eierleggend: 200 tot ongeveer 400 stuks per keer. Ouders vertonen broedzorg.
De kweek van deze vis is uiterst gemakkelijk en gebeurt meestal spontaan. Een bak met Zebracichlide’s zonder jongen komt niet vaak voor omdat deze vissen meestal al 1 maand na hun vorige legsel alweer opnieuw beginnen met de kweek waardoor u vele generatie’s in uw bak zult hebben zitten. Deze vissen zult u niet snel kwijt raken vanwege de weinige interesse. Er is ook een gouden en albino variëteit bekend.

Naam: Pterophyllum scalare – Maanvis.

Herkomst: Amazone gebied.

Uiterlijk: Zeer vredelievende vis. Ondertussen zijn er door selectief kweken maanvissen in verschillende vormen en kleuren te koop. Het geslacht is alleen in de paartijd te zien. (aan het eilegbuisje van het vrouwtje)

Gedrag: Het beste kunnen ze in een groep gehouden worden. Uit die groep zal een koppel (of meerdere koppels) kunnen ontstaan die elkaar jaren lang trouw blijven.

Verzorging: Zuurstofrijk water is van belang. Verder houden ze van zacht zuur water.

Voeding: Levendvoer zoals watervlooien, muggenlarven, artemia. Diepvriesvoeding. Cichliden sticks, droogvoer, etc.

Aquarium inrichting: Een aquarium bom vol met planten en hout zullen Maanvissen erg waarderen. Een aquarium vol met stenen zullen ze niet goed doen. Ze houden er van om tussen de planten te zwemmen. Je kunt deze vissen al houden in een bak van 120x50x60. ( voor een groepje Maanvissen)

Voortplanting: De kweek is bij een goed koppel vrij gemakkelijk. De eieren (tot 1000 stuks) worden op een tevoren gepoetst breed plantenblad afgezet. De eieren worden door beide ouders verzorgd. Beschimmelde eieren worden verwijderd. Als de ouders het goed met elkaar kunnen vinden worden de jongen lang verzorgd. Het opfokken van de jongen vergt een hoop tijd.

Naam:  Puntius denisonii.  Torpedo Barbeel.
De soort wordt ook wel crossocheilus denisonii genoemd. De geleerden zijn er nog niet uit.

Herkomst:  India

Uiterlijk:  De soort is een mooie scholenvis met een torpedo vormig uiterlijk. De vis heeft een zilvergrijs lichaam. Over de volle lengte van de vis vanaf de bek tot aan de staartwortel lopt een zwarte streep. Vanaf de bek totaan de achterzijde van de rugvin een zeer helderrode streep, die ook in de rugvin te vinden is. De staart heeft 2 zwarte strepen en 2 gele vlekken.

Gedrag:  De soort leeft in snelstromende beken in India alwaar de soort een lengte van 15 cm haalt. Het is een soort die veel en snel zwemt en behoefte heeft aan veel zwemruimte.
Teven heeft de soort behoefte aan een aquarium met een minimale lengte van 150 cm. Een aquarium die nog langer is zal de conditie van de dieren zeer ten goede komen. De soort is een scholen vis en een schooltje van 5 vissen is erg mooi.

Verzorging:  De soort is makkelijk voor wat betreft de voeding, het is namelijk een alleseter.
Enkele waterwaarden:
Watertemperatuur 15 – 25 graden
Hardheid               5 – 25
PH                     6,5 – 7,5

Opmerking:  Het is af te raden om de Torpedo Barbeel met andere Crossocheilissoorten samen te houden, omdat deze in de school mee gaan zwemmen, hetgeen niet echt een mooi gezicht is.   

Voortplanting:   Er zijn nog geen kweekresultaten bekend geworden.

Naam: Barbus pentazona. Nederlandse naam: Vijf Streepbarbeel.

Herkomst: Deze vis komt voor in Maleisië en Borneo.

Uiterlijk: Mannetjes zijn slanker dan de wijfjes. Mannetjes zijn mooier/feller gekleurd dan de wijfjes. Op vele internet site’s staat dat deze vis wel een cm of 5 wordt. Meestal blijkt dat ze maar een cm of 3 a 4 worden.

Gedrag: Een leuk visje dat rustig is van aard. Ze horen echt in een schooltje. Ze houden elkaar geen seconden uit het oog. Ze zullen het u kwalijk nemen als ze met minder dan 6 stuks gehouden worden.

Verzorging: Het is geen moeilijke vis om te houden. Ook steld deze vis maar weinig eisen wat betreft de verzorging. De Barbus kan wel tegen een stootje, daarom is het een leuk visje voor de beginnende aquariaan. Temp: 22 – 26 graden.

Voeding:
 Geef het beste zoveel mogelijk levendvoer. Droogvoer eten ze wel maar niet met plezier.

Aquarium inrichting: Veel planten, schuilmogelijkheden en een zwakke stroming in de bak. Minimale lengte aquarium: ongeveer 80 cm.

Voortplanting: Met een beetje geduld is de kweek van dit visje vrij gemakkelijk. Het is belangrijk dat de kweekpartners bij elkaar passen. Leg bijvoorbeeld knikkers op de bodem, tussen de knikkers kunnen de eieren dwarrelen, en daar tussen de knikkers uitkomen. Bij een wat hogere temperatuur kan een wijfje rond de 200 eitjes afzetten. Na het afzetten moeten de ouders uit het kweekaquarium weg gehaald worden aangezien ze de larfjes op zullen eten.

Algemeen: 
Een mooi leuk, fel gekleurd visje dat zeker een aanwinst is voor ieder gezelschapsaquarium. Ik vind dat het aquarium pas ”af” is, als deze vis in de bak rond zwemt.

Naam: Rasbora Heteromorpha – Kegelvlekbarbeel.

Herkomst: Zuidoost-Aziё (Maleisiё, Singapore, Sumatra en Thailand)

Uiterlijk: De Kegelvlekbarbeel word 4,5 cm. lichaam vrij hoog, sterk zijdelings samengedrukt. Zijlijn onvolledig. Lijkt uiterlijk heel veel op Trigonostigma hengeli. Grondkleur zilvergrijs met zachtrode tot violette boventoon, min of meer transparant. Een blauwviolette kegelvormige vlek siert het achterlijf. Bij veel dieren is deze vlek slechts in aanleg aanwezig. Boven de aarsvin een donker gepigmenteerde zone die doorloopt tot in de staartsteel. Vinnen zachtgeel doorzichtig, donkere pigmentering in de eerste vinstralen.

Gedrag: Een levendige, vreedzame scholenvis die uitermate geschikt is voor een gezelschapsaquarium. Minimaal 6 stuks samen houden.

Voeding: Het is een echte alleseter die ook wel van levendvoer houd.

Aquarium inrichting: Deze vis kan gehouden worden in een aquarium met een minimum lengte van 50cm. Richt het aquarium in met veel planten en een donkere bodem. Zorg ook voor wat drijfplanten.

Voortplanting:
 De kweek is vrij lastig. Verhoog de temperatuur tot 26°C. Het water moet zachter en zuurder zijn dan normaal. Zorg voor wat grootbladerige planten en verwijder de ouders na het afzetten van de eieren. De eieren komen na 24 uur uit. De jongen moeten dan gevoederd worden met stofvoer.

Herkomst: Amazone


Uiterlijk: deze vis kan een lengte bereiken tot wel 35 cm.
gedrag: een rustige bodembewoner, die zich meestal in de avond wat vaker laat zien.


Verzorging: vrij verdraagzaam qua waterwaarden, maar het liefts met een ph tussen 6 en 7,5. de temperatuur het beste tussen 21 en 26 graden Celsius.


Voeding: Alhoewel het een alleseters is, is het een zeer goede algeneter. Bijvoeden met bijvoorbeeld courgette is zeker aan te raden.


Aquariuminrichting: grotere exemplaren zullen de inrichting zelf regelen, dus houd er rekening mee dat planten regelmatig ‘verplaatst’ worden. Hout is zeker welkom in de bak, alsmede een zandbodem. Zorg voor schuilplaatsen.


Voortplanting: Commercieel wordt deze vis massaal gekweekt, in het aquarium is het ook mogelijk alleen heb ik er geen ervaring mee.


Algemeen: Aangezien hij een behoorlijke lengte kan bereiken moet je er wel de bak voor hebben. Ik zou voor een volwassen vis minimaal 1,5 meter aanraden. Een erg leuke vis om in je bak te hebben zolang je het niet erg vindt dat hij de boel naar eigen inzicht inricht (zoals met de meeste grote vissen). Ook is er een albino soort.

Naam: Glyptoperichthys gibbiceps

Herkomst: Zuid Amerika: Rio Negro, Brazilië.

Uiterlijk: In het aquarium word hij tot 20 cm. Hij heeft een bijzonder mooie tekening wat spectaculair aandoet.

Gedrag: Zeer vreedzame vis, ook ten opzichte van kleine vissen. De vis moet gehouden worden in grote aquaria met voldoende schuilmogelijkheden dmv holen of dichte beplanting. De vis is alleen in het schemer en het donker actief en graast dan alles af naar algen. De planten worden daarbij niet beschadigd. Zwemt in de onderste laag.

Verzorging: Temp:23-27, PH:7-7,5, GH:12-16. Aquariumlengte 120 cm.

Voeding: De soort eet voornamelijk algen en voedselresten. Bijvoeren met spirulina tabs.

Aquarium inrichting: De vis moet gehouden worden in grote aquaria met voldoende schuilmogelijkheden dmv holen of dichte beplanting en kienhout. Vanwege zijn niet aflatende honger is deze vis een flinke producent van afvalstoffen, en moet daarom in een bijzonder goed gefilterd aquarium worden gehouden

Voortplanting: Over de kweek in het aquarium is niets bekend.

Naam: Panaque nigrolineatus (L190).

Herkomst: De vissen worden over een heel groot gebied gevangen. Van Colombia en Venezuela tot het zuiderlijk-centraal Amazone gebied.

Uiterlijk: De vissen zijn uitstekende algeneters. Ze hebben dus het bekende mondje. Daarnaast hebben de vissen een schitterend strepenpatroon met een wit gedeelte in de staartvin. Als de dieren volwassen zijn (zo’n 40cm) zijn ze misschien wel 20cm hoog. Dat is dus een enorme verschijning en ontzettend indrukwekkend om te zien. Ik heb er één gezien bij aquaferrytale in Amersfoort die zo groot was. Je weet werkelijk niet wat je ziet.

Gedrag: Deze soort is zeer vredelievend. Echter kunnen ze tegen soortgenoten nog wel eens territoriaal uit de hoek komen. Er zijn ook weleens verhalen de ronde geweest dat deze vissen zoetwaterroggen aanvielen. Dit is alleen echter het geval als de Panaque groter is dan de rog en eerder in het aquarium was dan de rog. Puur territoriaal dus.

Verzorging: Dit zijn hele sterke vissen qua alles eigenlijk. Het is wel van belang dat het aquarium veel hout bevat, dit is namelijk wat de dieren eten. Door hun zeer speciale darmbacterien kunnen deze vissen hout verteren en daar hun voedingsstoffen uit halen.

Voeding: Deze vissen eten dus hout zoals hierboven beschreven staat. Ze kunnen voor een nog betere groei ook bijgevoerd worden doormiddel van groenten. Dit word meestal verwezelijkt door komkommer, cougette, gekookte spruiten, peen etc. Ook eten de vissen tijdens het voeren van bijvoorbeeld muggenlarven of mosselvlees een hapje mee. Zorg er wel voor dat dit niet het hoofdmenu gaat worden voor de vissen want het blijven herbivoren.

Aquarium inrichting: Zoals al meerdere malen beschreven staat moet het aquarium voorzien zijn van hout in wat voor vorm dan ook. Dit dient uiteraard ook als schuilplaats. Daarnaast kan veelvoudig gebruik worden gemaakt van planten en stenen. Echter zullen zeer zachte planten als voedsel aangezien worden. Maar er is ook een voordeel daaraan, de dode bladeren zullen ook verorberd worden door deze schitterende vis.

Voortplanting: Over de voortplanting is nog niks bekend. De vissen die men aantreft in de handel zijn uitsluitend wildvang. Na veelvoudig proberen om in gevangeschap tot kweek over te gaan is allemaal mislukt.

Naam: Scobinancistrus aureatus L014 (Sunshine pleco).

Herkomst: Deze vis wordt veelal gevangen in de Rio Xingú gelegen in Brazilië.

Uiterlijk: De vis heeft in tegenstelling tot andere pleco’s een zeer vriendelijke uitstraling. Hij is goud-bruin met gele stippen die steeds kleiner worden naarmate de lengte vordert. De vis kan een lengte bereiken van 45cm.

Gedrag: Hier is moeilijk wat over te zeggen. De ene vis is de andere niet laat maar zeggen. Over het algemeen gaat het prima samen met andere vissen en pleco’s. Ik heb zelf echter een exemplaar zitten van 10cm die mijn cichliden van 20cm schichtig aanvliegt tijdens het eten. Ook heb ik weleens geobserveerd dat hij één van mijn 20cm disc roggen in de staart beet om zo aan voedsel te komen.

Verzorging: Net als veel andere pleco’s dient men veel schuilmogelijkheden te kreeeren. Het maakt niet zo heel erg veel uit wát, als het maar aanwezig is. Heel veel licht word ook niet echt met dank afgenomen.

Voeding: Dit dier is een echte omnivoor, een alleseter dus. Hij eet van rode mug en cichliden sticks tot komkommer. Aan deze vis heb je qua eten echt geen kind aan hem.

Aquarium inrichting: Groot aquarium met veel hout, stenen, schuilmogelijkheden en weinig licht (net als veel andere pleco soorten).

Voortplanting: Ook over de voortplanting van deze pleco is weinig bekent.

Naam: Ancistrus dolichopterus.

Herkomst: Amazone.

Uiterlijk: Het is een mooi sierlijk visje. De vis is vrijwel zwart gekleurd, en er zitten overal witte (ronde) stipjes. Ze worden 10 cm groot. Mannetjes kijgen een gewei een een snorretje op hun koppie.

Gedrag: Zeer rustige vis, andere vissen (zelfs kleine visjes) laten ze met rust. Pas op dat ze wel de eitjes op kunnen eten van andere vissen. Zwemmen doen ze niet. Ze schieten af en toe door de bak.

Verzorging: Ze stellen weinig eisen. Water verversen, en er voor zorgen dat er hier een daar algen te vinden zijn.

Voeding: Het hoofdvoer is algen. Ze zitten ook regelmatig op de ruiten om algjes te eten. Maar als er gevoederd wordt, dan zal u al snel merken dat ze er ook razend snel bij zitten om wat te eten. Verder eten ze gekookte groente en droogvoer. Een stukje komkommer kun je door een lepeltje steken en naar de bodem laten zakken.

Aquariuminrichting: Hout is van belang omdat ze daar speciale bouwstoffen uit halen. Verder zijn zuurstof planten een must. Voor de kweek is een kokosnoot, of een bloempot belangrijk.

Voortplanting: De kweek is heel gemakkelijk. De eitjes zijn gelig / oranje gekleurd en worden afgezet in een holletje. (bijvoorbeeld een kokosnoot)

Naam: peckoltia sp. L134

Herkomst: brazilië (amazone gebied)

Uiterlijk: de L134 is wit, met een herkenbare tekening van zwarte strepen, die als ze bedrijgd worden een beetje melkachtig grijs worden. de vis word 12 cm groot.

Gedrag: het is een algeneter, dus hij bevind zich vooral op de bodem, en aan de ramen. het zijn schemerdieren, dus overdag verstoppen ze zich meestal. het zijn leuke rustige vissen, die in elke bak kunnen worden gehouden, mits hij groter is als een meter, en er geen vissen in zitten die hem zouden kunnen opeten.

Verzorging: aan waterwaardes en temperaturen stellen deze vissen geen eisen bij het houden, bij het kweken is dat weer een ander verhaal.

Voeding: vooral algen, maar levend voer zoals tubifex word ook erg op prijs gesteld.

Aquarium inrichting: ze leven normaal in wat verzuurd water, dus een houtblok is een verijste! hier zullen ze overdag de meeste tijd doorbrengen. ook moet er voldoende alg in de bak zitten om ze te voeden. voor de kweek moet een aardewerken stukje in de bak gezet worden, waar ze de eieren op de kop kunnen afzetten.

Voortplanting: de peckoltia is lastig te kweken. het geslachtsonderscheid is alleen te doen als je erg ervaren bent met L nummers, en dan nog is er een kans aanwezig dat dit fout word geconstateerd. het geslachtsverschil zit hem in de dikte van de rugschilden (de vrouw is dikker dan de man) en de staartwortel (de man heeft een dikkere staartwortel dan de vrouw).
als je een koppel hebt, moet je de natuurlijke kweekcyclus na gaan bootsen. dit betekend, dat je moet gaan nadoen, wat er in de natuur gebeurd. deze vissen komen uit een land met een regenseizoen. net voor het regenseizoen komt er een hoog drukgebied bij de amazone. dit betekend dat de watertemperatuur met 3 tot 5 graden stijgt. dit is het punt waarop ze eieren gaan afzetten. dan duurt het een paar dagen, voordat het gaat regenen. als dat gebeurd, koelt het water door de regen weer 3 tot 5 graad af, en komen er voedingsstoffen voor de algen vrij. op dat punt komen de eieren uit, en gaan de jongen zich voeden. ook stijgt de ph tijdens het regenseizoen naar neutraal (ph 7,2), terwijl die normaal op een ph van 5,5 moet zitten. dit moet allemaal in de bak worden gedaan, anders is de kans op slagen ongeveer 10 %!

Naam: hypancistrus zebra L46

Herkomst: zuid-amerika (amazonegebied)

Uiterlijk: vel wit, met pikzwart gestreept. 12 tot 14 cm groot

Gedrag: het is een algeneter, die rustig is, en vrij veel in de spotlight van de bak wil staan. veel te zien, en heel rustig. goed te houden met vrijwel alle soorten vissen.

Verzorging: aan waterwaardes en temperatuur stellen deze vissen geen eisen. het liefst in iets verzuurd water, en temperaturen tussen de 23 en 31 graden.

Voeding: hij eet vooral algen, maar houd ook wel van vers voor, zoals tubifex. bij een voedselgebrek beginnen ze vrijwel zeker aan de beplanting!

Aquarium inrichting: veel hout en schuilplaatsen. bak moet minstens 100x40x40 zijn.

Voortplanting: vrij gemakkelijk voor algenters. ze leggen eieren tegen hout, of bij voorkeur aan een aardewerken potje, waar ze op de kop de eieren tegen af kunnen zetten. de man bewaakt het nest, en als ze uit komen zwemmen ze al gelijk rond als dappere mini algenetertjes. ze moeten voldoende algen hebben voor ze eieren gaan af zetten!

© Copyright - Vissen Forum Database